Er zijn 3 factoren die een belangrijke rol spelen bij de gezondheid en welzijn van onze papegaaien: voeding, huisvesting en verzorging.
Voeding
Een uitgebalanceerde voeding is uitermate belangrijk. Teveel of te weinig voedingsstoffen wreekt zich op de lange termijn in allerlei ziekteverschijnselen. Daarbij moet men denken aan slechte conditie van de huid en het verenpak, doorgroei van nagels en snavel, bacteriële en/of schimmelinfecties van allerlei organen zoals de huid , ademhalingsorganen, maag-darmkanaal, andere inwendige organen. Het geven van een goede voeding wil nog niet zeggen dat de kromsnavel ook alle voedingsstoffen binnenkrijgt die hij nodig heeft. Het op de juiste manier bewaren van de voeding, de hoeveelheid voeding per dag en afwisselende voeding per dag spelen hierbij ook een rol. Het is van belang om de papegaai op een aantal zaken te beoordelen:
- het verenpak : kleur, structuur, glans en buigbaarheid van de veren;
- het ruipatroon: wel of niet in de rui; hoe vaak in de rui; hoe zien de uitgevallen veren eruit; komen de nieuwe veren goed en snel door.
- de snavel/nagels: structuur, conditie, groei (o.a. te lang, scheefgroei)
- de huid: conditie, structuur, kleur, afwijkingen (o.a. bultjes/ ontsteking/ kale plekken/schilferig)
- de ontlasting: hierbij moet men onderscheid maken tussen de echte ontlasting en de urine. De echte ontlasting moet duidelijk gevormd zijn (‘sliertje’) , kan qua kleur wisselen afhankelijk van de voeding, mag niet stinken en moet volledig verteerd zijn. De urine bestaat uit een klein plasje helder vocht en een witte uraatneerslag op de ontlasting. Elke andere kleur van de urine/ uraatneerslag is afwijkend.
- de houding/gedrag: is ie alert, is ie speels, hoe is zijn ademhaling, hoe zit hij op zijn stok, zit hij wel op de stok, enz..
Elke houdings-/gedragsverandering kan een aanwijzing zijn van eventuele ziekte.
LET WEL: papegaaien kunnen heel lang ziekteverschijnselen verbergen. Het zijn echte ‘toneelspelers’. Dit is te verklaren uit het feit dat ze in het wild ten prooi vallen aan roofdieren zeker als ze al in een vroeg stadium van de ziekte dit laten zien aan de buitenwereld. Hun eetlust is in geval van ziekte nog vrij lang normaal of zelfs verhoogd omdat ze op die manier hun lichaamstemperatuur op peil proberen te houden. Pas in het laatste stadium van de ziekte laten ze hun eten en drinken staan.
Huisvesting
Voor het welzijn van de kromsnavel en dus ook voor zijn gezondheid is het belangrijk dat hij zodanig gehouden wordt dat hij regelmatig de vrijheid krijgt. Hij moet zijn vleugels kunnen
laten wapperen, hij moet zijn energie kwijt kunnen door te klimmen en te klauteren.
Hij moet meer kunnen doen dan alleen maar hele dagen in de kooi zitten met altijd hetzelfde speelgoed en de voer- en waterbak altijd op dezelfde plek. Hij moet op onderzoek uit kunnen gaan, hij moet moeite kunnen doen om zijn voedsel te bemachtingen.
Hij moet de mogelijkheid krijgen
om te ‘slopen’ oftewel om te knagen op takken om zijn snavel in conditie te houden.
- Het speelgoed moet elke week verwisseld worden om hem nieuwe uitdagingen te geven.
- Noten en dergelijke kunnen verstopt worden in een oude sok/doosje/speelgoed.
- Daarnaast is het ook belangrijk dat hij in een veilige omgeving leeft zonder gifstoffen zoals; lood, roestend ijzer, damp van verbrande tefal, sigaretten-/sigarenrook, luchtjes van deodorants/ luchtverversers/ geurkaarjes/ wierook/ verf, enz..
- Onveilig speelgoed met bijvoorbeeld verzinkte en scherpe kettinkjes/ ringetjes veroorzaakt jaarlijks ook vele doden en gewonden onder de kromsnavels. Om maar niet te spreken over het aantal gevallen met honden- en kattenbeten dat bij de dierenarts gebracht wordt, meestal met dodelijke afloop.
- Een veilige omgeving betekent ook dat de vogel geen kans krijgt om tegen een raam aan te vliegen.
Verzorging
Naast afwisselende volledige voeding en goede huisvesting zijn een aantal verzorgende factoren noodzakelijk voor een goede gezondheid en het welzijn van de papegaai. Van belang zijn:
- het dagelijks badderen: de vogel moet elke dag de gelegenheid krijgen om zich te douchen. Mee onder de douche/ sproeien met fijne nevel/ een waterbak geven met natte (groente-)bladeren, het maakt niet uit op welke manier het baden wordt aangeboden, als hij de kans maar krijgt. Het houdt zijn veren en huid in conditie en het bevredigt zijn behoefte.
- de behoefte aan UV-licht: liefst elke dag de papegaai mee naar buiten nemen. Daglicht en met name de UV-straling is nodig voor de aanmaak van bepaalde vitaminen en daardoor voor de gezondheid (o.a. skelet, veren). Bovendien krijgt hij dan ook frisse lucht binnen.
- de luchtvochtigheid binnenshuis: te droge lucht in huis met name in de wintermaanden bij centrale verwarming is slecht voor de vogels. De huid ,de slijmvliezen , het ademhalingsorganen hebben voldoende luchtvochtigheid nodig om de optimale conditie te behouden. De minimale luchtvochtigheid moet 50% bedragen. Dit houdt in dat in de winter met luchtbevochtigers gewerkt moet worden.
- bezigheidstherapie :verse takken, kruiden ,groente en/of fruit (vers/gedroogd), palmnoten, verstopte noten ed., doosjes van karton, kartonnen eierdoosjes, puzzeltjes, klimtouwen, enz. zorgen voor veel afwisseling en stimuleren de papegaai om op onderzoek uit te gaan. Voldoende afleiding elke dag weerhoudt de vogel ervan om alleen maar met zijn verenpak bezig te zijn. Bovendien wordt hij minder stressgevoelig als hij elke keer nieuwe objecten mag onderzoeken.
- opvoeding: een papegaai moet leren wat wel en niet gewenst is in huis. Dit is voor zijn eigen welzijn, want hoe beter hij opgevoed is hoe leuker de eigenaar het vindt. Des te meer en hoe langer plezier de eigenaar aan de papegaai houdt. Dit heeft weer tot gevolg dat de vogel aandacht blijft houden van zijn baasje en dus minder verpietert in zijn kooi met alle gezondheids en welzijnsproblemen vandien.
- pubertijd/hormonen: afhankelijk van de soort en geslacht moet men een bepaalde periode van het leven van de papegaai rekening houden met een tijdelijke gedragsverandering. Als men hiervan goed op de hoogte is kan erop ingespeeld worden op een papegaaivriendelijke manier. Dit geeft bij zowel de vogel als bij de eigenaar minder aanleiding tot stress.
Het is wel duidelijk dat voeding, huisvesting en verzorging niet los van elkaar staan, maar nauw met elkaar verweven zijn als het om de gezondheid en het welzijn van de kromsnavel gaat.
N.B. met ‘kromsnavels’ worden niet alleen de papegaaiachtigen bedoeld, maar ook de parkieten. Het zijn intelligente, gevoelige dieren die een beter leven verdienen dan tot nu toe hen gegeven is. Gelukkig komt er een kentering in de mening van vele papegaaienhouders en –kwekers.
M Kamps Manning